Leerlingenzorg

EXTRA AANDACHT

Soms vormen het gedrag, de prestaties in de klas of de uitslagen van toetsen aanleiding om extra maatregelen te nemen. Dat gebeurt vaker dan men meestal denkt als je kinderen en hun ontwikkeling serieus neemt. Zo’n 1 op de 5 kinderen heeft tijdens de basisschoolperiode kortere of langere tijd extra aandacht nodig. Hiervoor maakt de leerkracht een handelingsplan, dat met de ouders besproken wordt. Een kind krijgt dan bijvoorbeeld extra hulp in de klas aan de instructietafel of krijgt wat extra oefenstof mee naar huis.

Heel sporadisch kiezen we ervoor om met het kind buiten de groep te werken. Dit wordt dan gedaan door de remedial teacher, die hier speciaal voor opgeleid is. Uitgangspunt is echter dat het kind zo veel mogelijk door de eigen leerkracht in het eigen lokaal geholpen wordt. De IB-er en RT-er zijn er dan voor om dat proces te ondersteunen en te bewaken.

Voor de heel goede en hoogbegaafde leerlingen beschikken we over heel veel materiaal dat val onder de noemer: “Levelwerk”

DOUBLEREN EN KLAS OVERSLAAN

Voor zitten blijven of versnellen gelden eigenlijk dezelfde uitgangspunten.

Jaarlijks blijven er slechts een paar kinderen zitten. Wij vinden het onwenselijk en onmogelijk om exacte richtlijnen te beschrijven in welk geval een kind een klas over moet doen. Dat ligt bij ieder kind weer anders, en kan met een groot aantal diverse redenen te maken hebben. Bij een poging om dat toch concreet aan te geven komen we terecht in lijstjes van een bepaald aantal onvoldoendes voor bepaalde vakken, op het rapport en beschrijvingen van tekortkomingen op het sociaal emotionele en allerlei andere gebieden in diverse gradaties.

Wel is er in het algemeen heel goed iets over te zeggen.

Wij zien doubleren als een soort “noodgreep” als we tot de conclusie komen, dat allerlei extra hulp die al geboden is, toch nog te weinig tot onvoldoende effect heeft. (Dit geldt andersom voor versnellen.)

In een dergelijk geval kunnen we dan in overleg met de ouders het besluit nemen om een kind een klas een jaar over te laten doen. Uiteraard proberen we als school, in het overleg met ouders, zo goed mogelijk duidelijk te maken op welke gronden dit besluit genomen is.

Het Leerling Volg Systeem (LVS) van de school speelt een belangrijke rol bij een dergelijke beslissing. Bij doublures vertonen leerlingen vaak grote achterstanden in een of meer onderdelen van het onderwijsprogramma. In het LVS worden toetsen afgenomen die het niveau van de leerling aangeven. Bij meerdere vakgebieden die onder het gewenste niveau worden gescoord, kan worden overwogen om de leerling te laten doubleren.

Doel van het zittenblijven is dat het kind daarna de basisschool gewoon kan afmaken. Of anders gezegd. Doubleren moet (naar verwachting) zin hebben! Het kind werkt verder op het ontwikkelingsniveau waarop het zich dan bevindt.

Het komt ook voor dat we de afspraak maken dat een kind voor een bepaald vak met een aangepast programma gaat werken. Het haalt dan op dat gebied niet het eindniveau van de basisschool.

Kleuters

Bij de overgang van groep 2 naar groep 3 werd vroeger gekeken naar de geboortedatum. Viel die datum voor 1 oktober dan kon de leerling wel naar groep 3. Viel de verjaardag na 1 oktober dan moest de leerling nog een heel jaar lang naar de kleuterafdeling. Nu geldt die datum niet meer als criterium. Het besluit om niet, of juist vervroegd, naar groep 3 te gaan wordt gebaseerd op onderwijsinhoudelijke gronden.

Verder speelt de administratie die de leerkracht heeft bijgehouden ook een rol. Deze houdt de ontwikkeling van een kind bij en constateert dat van onvoldoende vorderingen sprake is of dat een kind juist erg voor loopt..

Daarover wordt dan gecommuniceerd met de ouders, zodat een mogelijke “doublure” reeds is besproken.

Bij de overgang van groep 2 naar groep 3 wordt onder andere gekeken naar de volgende ontwikkelingsgebieden: zelfstandigheid, weerbaarheid, werkhouding, fijne motoriek, resultaten van de gemaakte werkjes, concentratie en de kwaliteit tijdens de kringactiviteiten en het werken, de omgang met andere kinderen, het spelgedrag, het niveau van het werken met ontwikkelingsmateriaal (puzzels, taal- en rekenspelletjes etc.), de kwaliteit van het omgaan met letters- en cijfersymbolen.

Deze ontwikkelingsgebieden en de informatie uit het LVS, dat ook voor kleuters in groep 2 van toepassing is, dragen bij aan de uiteindelijke beslissing. Ook vindt er bij twijfelgevallen overleg plaats tussen de leerkrachten van groep 2 en groep 3 en samen nemen we de beslissing wat voor de leerling het beste is.

PASSEND ONDERWIJS

De meeste kinderen doen het prima op school: ze ontwikkelen zich naar verwachting en leren zonder problemen. Sommigen hebben meer begeleiding nodig, van specifiek lesmateriaal tot een aangepaste leeromgeving. Het organiseren van deze ondersteuning, zo snel, licht en dichtbij mogelijk, dat is de kern van Passend onderwijs. De nieuwe wet geldt vanaf 1 augustus 2014 en verandert de manier waarop deze ondersteuning kan worden aangevraagd, en hoe die georganiseerd en betaald wordt.

Passend onderwijs in het kort:

Scholen in de regio werken samen om alle leerlingen de beste onderwijsplek te bieden
Het speciaal (basis) onderwijs blijft gewoon bestaan voor leerlingen die dat echt nodig hebben
Scholen kijken naar wat een leerling wél kan, het liefst op een gewone basisschool in de buurt
Er zijn geen bezuinigingen op extra ondersteuning aan leerlingen

Zorgplicht

Voorheen moesten ouders van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, zelf op zoek naar een geschikte school. Vanaf 1 augustus 2014 hebben scholen een zorgplicht. Dit betekent dat we elk kind een passende onderwijsplek moeten bieden. Dat kan op deze school zelf zijn, maar ook op een andere basisschool of school voor speciaal (basis)onderwijs. Ouders worden vanaf begin tot eind bij dit proces betrokken: u kent uw kind immers het beste.

Samenwerkingsverband

Om elk kind een goede plek te kunnen bieden, werken alle basisscholen en speciale scholen in de regio met elkaar samen. Onze school maakt deel uit van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Duin- en Bollenstreek. Dit verband bestaat uit vijftien schoolbesturen in de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen.

Basisondersteuning

Schoolbesturen hebben met elkaar afgesproken wat elke school in principe moet kunnen bieden aan ondersteuning. Dit wordt basisondersteuning genoemd. Hierdoor weet u wat u als ouders ten minste mag verwachten van het onderwijs en ondersteuning op een school. Elke basisschool krijgt een eigen ondersteuningsbudget en de beschikking over expertise waarmee de ondersteuning die kinderen nodig hebben, kan worden georganiseerd.

De route

Om passend onderwijs voor elke leerling snel en goed te kunnen organiseren, heeft het samenwerkingsverband een route afgesproken. Deze route bestaat uit verschillende stappen:

1) Het begint bij de leerkracht.

Hij of zij signaleert dat de ontwikkeling van een kind stagneert. Samen met u als ouders gaat de leerkracht vervolgens op zoek gaat naar de juiste aanpak voor uw kind.

2) Met hulp van de IB’er

Als een leerkracht de leerling zelf niet verder kan helpen, roept hij de hulp in van de intern begeleider van de school. De IB’er maakt een gedegen analyse van de situatie en geeft vervolgens advies over een mogelijke aanpak. Ook hierbij is het informeren en betrekken van u als ouders van groot belang. De IB’er voert vervolgens de regie over het afgesproken traject.

3) Met hulp van het ondersteuningsteam (OT)

Als zowel de leerkracht als de intern begeleider en de ouders er niet uitkomen, wordt de hulp van het ondersteuningsteam (OT) ingeroepen. Naast de leerkracht, ouders en ib’er, kan zo’n team bestaan uit de directeur van de school, onderwijsspecialist en een jeugd- en gezinswerker. Het ondersteuningsteam overlegt wat het kind nodig heeft, de aanpak die is afgesproken, wordt arrangement genoemd. Afhankelijk van wat er nodig is, kan dit op vele manieren worden vormgegeven:

hulp die een school zelf kan bieden

hulp die een school kan bieden met expertise van buiten

verwijzing naar een speciale onderwijsvoorziening

Verwijzing naar een speciale onderwijsvoorziening

Stap 1: Gesprek met sbo- of so-school

Als duidelijk is dat een speciale school voor een leerling beter geschikt is, wordt een deskundige van die school uitgenodigd om te praten over de duur en intensiviteit van het arrangement.

Stap 2: Toelaatbaarheidsverklaring (TLV)

Als de eerste stap is afgerond, kan bij het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring worden aangevraagd. Er zijn twee mogelijkheden:

– Speciaal basisonderwijs

– Speciaal onderwijs:

Categorie I: zeer moeilijk lerende kinderen, langdurig zieke kinderen, kinderen met epilepsie of ernstige gedragsproblematiek

Categorie II: lichamelijk gehandicapte kinderen

Categorie III: meervoudig gehandicapte kinderen

Stap 3: Bieden van extra ondersteuning

Als een leerling een toelaatbaarheidsverklaring heeft gekregen wordt de plaatsing zo spoedig mogelijk gerealiseerd.

Stap 4: Terugplaatsing vanuit het so of sbo

Bij plaatsing in het speciaal (basis)onderwijs wordt in het ontwikkelingsperspectief beschreven hoe aan terugplaatsing naar de reguliere school gewerkt wordt. Als bij evaluatie blijkt dat dit een optie is, vindt overleg plaats met ouders en de school van herkomst. Een andere reguliere school die meer passend is, bestaat ook tot de mogelijkheden.

Ontwikkelingsperspectief

Een ontwikkelingsperspectief wordt opgesteld als resultaten achterblijven ondanks de ondersteuning op de basisschool, al dan niet met hulp van buiten. Voor deze leerlingen is een perspectief voor langere termijn nodig om de onderwijsbehoeften goed te kunnen bepalen.

Rechtstreekse instroom

Voor een groep leerlingen is al snel duidelijk dat zij aangewezen zijn op het speciaal onderwijs. Deze leerlingen hoeven niet de reguliere route te volgen. Een team van onderwijsspecialisten zal het verzoek om rechtstreekse instroom behandelen.

Meer informatie over de organisatie van passend onderwijs in uw regio vindt u op de websites van het samenwerkingsverband PO Duin- en Bollenstreek: http://po.swv-db.nl en www.swv-db.nl.

ZORG VOOR HET JONGE KIND

Al tijdens de kleuterklassen worden kinderen geobserveerd en later ook getest, onder andere ten behoeve van de overgang naar groep 3. Het observeren gebeurt volgens een daarvoor ontwikkelde methode (o.a. Pravoo). Mocht een leerkracht signaleren dat een kind zich niet volgens verwachtingen ontwikkelt dan wordt het kind besproken binnen het team en met de gespecialiseerde leerkracht voor zorgverbreding. Natuurlijk worden ouders hierover in kennis gesteld. Samen wordt dan naar een mogelijke oplossing gezocht.

Ook werken we in alle groepen met het “protocol leesproblemen en dyslexie” waarmee we al in een vroeg stadium systematisch signaleren welke kinderen leesstoornissen hebben.

INTERN BEGELEIDER

De leiding over de taken “remedial teaching” (werken met kinderen die extra zorg nodig hebben) en “interne begeleiding” (begeleiding van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften) zoals omschreven op de vorige twee pagina’s, is in onze school ondergebracht bij Dhr. Kees Hoogendijk (adjunct).

Hij legt van elke zorg leerling alle gegevens wat betreft vorderingen, besprekingen en gemaakte afspraken, vast in een leerlingendossier.

Deze dossiers kunnen door de betreffende ouders altijd ingezien worden.

Hij moet verder de zorg coördineren door middel van:

het maken van een toetskalender
het beheer van het leerlingvolgsysteem
het opzetten en leiden van groeps– en leerling-besprekingen
hulp geven bij handelingsplannen
aanleggen, bijhouden en bewaken van leerling-dossiers
onderhouden van contacten met externe hulpverleners
opzetten en onderhouden van een schoolorthotheek
uitvoeren van diagnostisch onderzoek
overleg met de groepsleerkrachten en de ouders

In beginsel is er het streven dat extra aandacht in eerste instantie door de eigen leerkracht gegeven wordt aan de instructietafel of met behulp van het groepsplan of individueel handelingsplan.

Kees is voor zijn taken de hele week vrij geroosterd van les geven.

Download hier het zorgprofiel