Eerste jaren

Het besturen.

fotos210Op de eerste (echte ) ledenvergadering vond de dominee dat nu de zaak op de rails stond er een andere voorzitter kon komen en stelde hij zich niet herkiesbaar. Maar van de 45 aanwezige leden stemden toch 26 voor de dominee. Hij nam de voordracht in beraad en besloot aan het einde der vergadering alsnog te blijven. Tijdens de rondvraag werd voorgesteld ieder jaar een ouderavond te houden, waar de ouders konden overleggen met het personeel. Iedereen was voor, behalve meester Haantjes.

De eerste jaren waren voor het bestuur vrij rustig. Men kwam slechts vier of vijf keer bij elkaar.  De meeste zorg betrof het aantal leerlingen, dat net aan toereikend was voor het handhaven van drie leerkrachten. Het bestuur organiseerde ieder jaar in september een kinderfeest met spelletjes en een traktatie. (Er was nog geen Oranjevereniging). Ook werd ieder jaar een avond georganiseerd voor de leden waarbij een spreker (meestal een dominee) werd uitgenodigd. Het waren de aanleidingen voor een bestuursvergadering.

Na twee jaar draaien vond men dat het goed ging met de school. Alleen de kinderen waren nogal onrustig. Als oorzaak werd genoemd het veelvuldig voetballen van de kinderen. Ook klonk er een ernstige waarschuwing naar de leden op de vergadering in 1928 omtrent de toegenomen verleidingen, zoals een dansgelegenheid in Leiden. De bestuursleden werden ieder jaar met grote meerderheid herkozen. In 1929 moest het bestuur aan de bak. Eerst was daar het eervol ontslag van juf Jenny. Op de advertentie kwamen vele sollicitaties. Na de eerste schifting werd een aantal kandidaten bezocht, vervolgens werd door het hele bestuur een proefles bijgewoond van de meest geschikte kandidaten. Daarna werd meteen vergaderd en de keuze gemaakt. Mej. Egbert werd de nieuwe juffrouw.

Op de vergadering van 8 mei besloot het bestuur dat er een nieuw lokaal moest komen en dat het bestaande gebouw, gebouwd in 1875, niet meer voldeed. Voor het verwezenlijken van de plannen, welke door architect Haasnoot waren gemaakt, moest er grond aangekocht worden van Oosterlee, Bol en de kerkvoogdij. De eerste was niet bereid, de tweede stelde te hoge eisen. Alleen de kerkvoogdij wilde wel meewerken. Vervolgens werd de wed. Brittijn benaderd. Zij wilde wel verkopen maar voor een veel te hoog bedrag. Daar kwam nog bij dat het goedkoopste alternatief van de architect niet acceptabel was voor de inspectie. In totaal was er ruim fl. 20.000,- nodig. Het probleem was de grond van de wed. Brittijn, die nodig was voor het alternatief, waarover zowel de inspectie als de burgerlijke gemeente het eens waren. Het bestuur besloot op 19 september met 6 tegen 1 dan maar te kijken wat een geheel nieuwe school kostte. B en W waren echter tegen vanwege het geld. Overwogen werd twee lokalen op het bestaande gebouw te zetten, maar volgens de architect was dat minstens zo duur als nieuwbouw. Dit laatste plan werd begroot op fl. 25.500,- inclusief het huis van de wed., Brittijn. Voor dit bedrag was inmiddels toestemming verkregen. Op 16 december moest het bestuur de keuze maken, maar de voorzitter vond het bedrag veel te hoog en wilde hier zijn handtekening niet onder zetten. “Als dit plan doorgaat bedank ik  als voorzitter.”

Weliswaar betaalde de overheid dergelijke investeringen, maar de vereniging moest daarvan 15% zelf ophoesten. Dat bedrag vond de voorzitter niet verantwoord. Bij stemming waren nog vier bestuursleden het met hem eens. Er werd besloten door een andere architect, dhr. Kraan uit Oegstgeest,  een alternatief te laten ontwikkelen. Op de ledenvergadering werd gesteld het goedkoopste plan te nemen. Ondertussen was de aankoop van het huis van wed. Brittijn het gesprek van de dag. Het bestuur kwam er echter niet verder mee en besloot alsnog een verbouwplan in te dienen en de onderhandelingen over te laten aan de gemeente. Er werd  bijna wekelijks vergaderd. Dhr. Hoek werd aangetrokken als 4e leerkracht. Bij G.Barnhoorn werd vervangende ruimte gehuurd (het huidige gemeentehuis). In Rijnsburg werden banken geleend en in een extra ledenvergadering kreeg het bestuur toestemming een geldlening aan te gaan bij de bank, of bij een persoon als het goedkoper kon. Het bestuur had goed gegokt, wat betreft de aankoop van de woning. De burgemeester kwam er uit, zodat alsnog het verbouwplan haalbaar werd. Dhr. Haasnoot werd weer ingeschakeld, want zijn plan was toch beter. Naast de verbouw kwamen er twee nieuwe lokalen. De begroting: bouwsom 15.000,-, meubilair 900,-, grond e.d. 2650,-, honorarium 800,-, totaal 19.350,- Voor de aanbesteding werden 7 aannemers uitgenodigd, waarvan J.P.Bekker uit Katwijk de goedkoopste was. In de zomer werd gebouwd en op 23 december was de officiële opening. Het smalle steegje werd een prachtig voorplein, de smalle gang werd een ruime vestibule met ruime frisse gangen en lokalen. In die tijd bleef men na het officiële gedeelte nog gezellig bijeen, waarbij thee werd geschonken.

Naast de bouwactiviteiten had het bestuur ook nog andere problemen op te lossen. Er was onvrede in het dorp. De ouderavond kwam maar niet van de grond en waarom werden er na toezeggingen nog steeds geen gezangen gezongen. Er was zelfs sprake om maar weer terug te gaan naar een openbare school. Dhr. Haantjes kreeg nadrukkelijk te verstaan van het bestuur, dat hij het zo aangenaam mogelijk moest maken op school.

Omdat er zoveel vergaderd moest worden, werd dat niet meer thuis gedaan, maar in het kantoor van de kalkfabriek. Op een avond in juni moest de bestuursvergadering worden afgebroken door een hevig onweer. Het merendeel van de bestuursleden snelde naar huis. Aan een heel drukke periode voor het bestuur was een einde gekomen.  Aan het begin van de dertiger jaren had Valkenburg een geheel vernieuwde school.

Jo Zandbergen;  geboren 1914. 

Jo Zandbergen; geboren 4 januari 1914, in het huis aan de straatweg, nu nog aanwezig als Hoofdstraat 42.

Toen in 1925 de lagere school overging van openbaar naar het protestants christelijk onderwijs was Jo 11 jaar en zat in de 5e klas.  Van de een op de andere dag verhuisde ze van de openbare naar de christelijke basisschool. Het was een papieren verhuizing, want de gang naar de Kerkweg bleef het zelfde, het gebouw bleef het zelfde en zelfs het lokaal bleef gelijk. Ze was immers in april al overgegaan van de 4e naar de 5e  klas.

Bovendien werd er altijd al met gebed begonnen en ‘s middags geëindigd.

Wat er wel veranderde was de meester. Die was gloednieuw. Meester Kool ging met pensioen en meester Haantjes deed zijn intrede. Dat herinnert Jo zich nog goed. “Die nieuwe meester was veel beter, daar leerde je wat van. Die ander was toch echt te oud geworden.”

De enige die volgens Jo niet mee overstapte was de familie Jansen, die waren Rooms- Katholiek en gingen scholen in Katwijk.

“De vakken taal, rekenen en schrijven waren er toen ook al. Zo ook aardrijkskunde. Daar kwamen nu bijbelse geschiedenis en psalmversje leren bij. Hoe dat precies ging weet ik  niet meer. Ook leerden we noten lezen.

Wat me nog helder voor ogen stond, was in de hoek staan, als je wat had uitgevreten. Daar moet ik nu nog wel om lachen. Slaan met een latje op je hand gebeurde niet op onze school. Tenminste, mij is die straf niet bekend.  Ik kan me ook nog herinneren dat er TBC heerste. We zijn toen allemaal ingeënt. In mijn tijd was er ook een 7e klas. Die werd doorlopen door kinderen die waarschijnlijk niet verder gingen leren. Mijn vader was ook betrokken bij de overgang van openbaar naar christelijk onderwijs. Hij was een van de mensen die geld inzamelden voor de vereniging.  Het favoriete spel in die tijd was wegkruipertje doen achter de steunberen bij de kerk. Daarnaast was het hoepel-,  knikker-, of tollen tijd. Hinkelen en touwspringen was toen ook al in.”

Henk Noort; geboren 1920.

 Als leerling.

Henk Noort was 4 jaar toen zijn vader in het eerste bestuur stapte van de christelijke school. Zijn vader was penningmeester. Tot 1947 heeft de heer Noort senior in het bestuur gezeten. Zo’n 10 jaar later ging Henk Noort zelf in het bestuur.

Henk ging op 1 april 1926 naar de school aan de Kerkweg. Het gebouw bestond uit 3 lokalen. Per lokaal dus twee klassen. Henk kreeg les van juffrouw Jennie. Deze juf was het jaar daarvoor nieuw begonnen. Juffrouw Hoekstra moest daarvoor het veld ruimen. Deze paste niet op een christelijke school. Het was een groeizame periode in Valkenburg, want in 1930 werd er een lokaal bij gebouwd.  Henk zat toen al in groep 5 bij meester Haantjes. Wellicht omdat zijn vader in het bestuur zat werd Henk het lievelingetje van de meester. “Tenminste ik mocht allerlei leuke dingetjes doen, zoals brieven wegbrengen onder schooltijd.”

“Maar ik herinner me ook nog de draai om de oren van diezelfde meester Haantjes. Het was voorjaar en heel warm. Voor schooltijd ging ik nog even zwemmen in de Wetering. Daardoor kwam ik iets te laat op school in mijn nog natte zwembroek. Ik moest dit niet meer doen. Letterlijk: ”Niet meer zwemmen, Henk, denk er om.” Maar ja, in het speelkwartier was het nog steeds warm en ik had de zwembroek nog aan. Het personeel had de gewoonte koffie te drinken bij de bovenmeester thuis en er bestond  nog geen pleinwacht. Dus Henk nam weer een duik. Laat meester de Zwart nu net besloten hebben een (eenmalige) pleinwacht in te stellen. Ja, en daar was dus de draai om de oren.

De lei met griffel  was in mijn tijd afgeschaft. We schreven met potlood en met inkt. De inktpot zat in de bank. De meiden hadden eens in de week handwerken, dan mochten wij tekenen. Dat gebeurde met Oost-Indische inkt. Ik weet nog dat Peet het potje een keer omgooide.

We zaten met ongeveer 30 personen in een lokaal. De lessen waren van 9.00 uur tot 12.00 uur en ‘s middags van 2.00 uur tot 4.00 uur. Op woensdag – en zaterdagmiddag waren we vrij. Aardrijkskunde besloeg ook in mijn tijd al de hele wereld. Op de vraag: noem de twee grootste rivieren van Amerika kreeg ik de hele klas aan het lachen toen ik onder andere zei “de Misse Pissie”.

Naast juffrouw Jenny en meester Haantjes was ook meester de Zwart aan de school verbonden. Meester de Zwart was een Valkenburger en kon heel mooi vertellen. Deze meester deed klas 3 en 4.

Voor het bestuur was deze meester enigszins problematisch. Zo liet deze man nog wel eens een “knoop” en hij fietste op zondag. Het bestuur durfde het hem niet te verbieden.

In elk lokaal stond een kachel van Godijn. Dat gaf nogal eens een geplof en rook in de klas. We hadden dus bij de school een kolenhok. Het kolenscheppen werd door de leerlingen niet als straf gezien. Dat was echt een verzetje. Nee, als er straf werd uitgedeeld, dan waren dat net als nu gewoon strafregels. 100 keer: Ik zal het niet meer doen meester. Eenmaal leverde ik deze in met onder de eerste regel allemaal herhalingskomma’s. De meester kon er toen om lachen, maar u begrijpt dat hij hier maar één keer in  trapte.

Als bestuurslid, van 1956 tot 1978.

Toen ik eind jaren ’50 in het bestuur kwam was dominee Lekkerkerker voorzitter.  Daarnaast zaten ook Jaap vd.Mey, Gerrit Barnhoorn. Arie v.d. Nagel, Jan Varkevisser en Jan vd.Nagel Hzn in het bestuur. Varkevisser zat er toen al van af de oprichting in. Bij zijn aftreden was het de bedoeling hem een koninklijke onderscheiding te geven. Het bestuur was echter te laat met het aanvragen. Het jaar daarop werd er niet meer aan gedacht.

Secretaris vd.Mey moest ook worden opgevolgd. “Ik weet een goeie”, zei Jan van de Nagel, “laten we Hans vragen”. En zo kwam Hans Imthorn in het bestuur.

Het was in die tijd ondenkbaar dat er een vrouw in het bestuur zat.

De eerste belangrijke taak die ik als bestuurslid tegen kwam, was het zoeken naar een opvolger voor bovenmeester van der Berg. (Dat leek een onmogelijke opgave). De sollicitatie commissie leunde sterk op de visie van Meester van der Berg. Uiteindelijk bleven er twee kandidaten over. We gingen ze met een bezoek vereren. Bij de een werden we onthaald met koffie en gebak. Veel blabla, maar we zagen de rommel in zijn klas. De ander was veel bescheidener en dat sprak ons wel aan. We namen hem, meester De Heus.

Het viel niet altijd mee als bestuurslid, met name de personele kant vereiste nogal wat. Zo stapte ik een keer in het Austin Seventje van dominee Lekkerkerker om samen met hem naar Den Haag te rijden. Daar woonde een van onze invalkrachten, die echter nogal vaak niet op kwam dagen. Het bestuur besloot hem te ontslaan. En een enthousiast lid had de brief ook maar gelijk verzonden. Dat ging echter niet zo gemakkelijk als in 1925. Om de zaak recht te zetten gingen wij naar Den Haag. Op zijn huisadres was hij niet. Volgens de buren was hij bij een vriendin, die woonde halverwege de Laan van Meerdervoort. Gelukkig hij was er. We hebben hem onze grieven verteld en het voornemen hem te ontslaan. Dat vond hij prima, Valkenburg was toch te ver. Subtiel werd door dominee opgemerkt dat de brief er zeer snel zou zijn.

Een taak als bestuurslid was het bezoeken van de klassen. Iedere klas moest één maal per jaar door ieder bestuurslid worden bezocht. Dat betekende toch 6 ochtenden vrij nemen van je werk.

De nu nog steeds gehouden Uniecollecte werd in onze tijd door de bestuursleden gelopen. Dat was ook een min of meer verplichte taak voor een bestuurslid.”

Na 22 jaar vond  Henk Noort het genoeg. De fusie met het kleuterschoolbestuur kwam er aan. Tijd voor een nieuwe lichting. Samen met zijn vader heeft de familie Noort 45 jaar de school gediend.