Oorlogstijd

De school in oorlogstijd.

Gertjan Varkevisser geboren 1931.

Toen Gertjan in 1937 naar school ging kwam hij in de klas bij juffrouw Kuiper. De school begon om 9.00 uur en om 11.00 uur mocht hij weer naar huis. Dan kwam mejuffrouw Corrie de Zwart (de zus van meester de Zwart) met de koffie. Na de pauze hielp zij dan juffrouw Kuiper met de handwerkles. De andere klassen gingen door tot 12.00 uur. ‘s Middags was er school van twee tot vier. Dat was best een hele tijd. Zeker als je tot dan toe alle vrijheid had om lekker in het dorp te spelen. “Het leek mij en  Arie Doldersum dan ook heel gewoon dat we ‘s middags lekker in de polder gingen spelen. We liepen de Broekweg af, maar de hond van Van Egmond hield ons tegen. Inmiddels was zus Gré al aan het zoeken en uiteindelijk waren we om half 4 op school. We moesten nablijven. De discipline van de school werd ons toen duidelijk.

De school rook altijd sterk naar een reinigingsmiddel, lysol. Jan Pieter de Zwart was de schoonmaker. Ik ruik die lucht bij wijze van spreken nog.”

Meester Haantjes was nogal ziekelijk en werd vaak vervangen oa. door zijn eigen zoon, die ook onderwijzer was. In 1938 kwam er een nieuw hoofd. Meester van de Berg zou de komende 20 jaar een sterke stempel drukken op het reilen en zeilen in en rond de school en de Valkenburgse gemeenschap.

Gertjan zat net een maand in de 3e klas bij meester Sierat, toen de oorlog uitbrak. Na twee jaar op die oude houten banken, zaten ze nu op nieuwere met een gietijzeren onderstel. Juist hierdoor kan hij zich die overgang nog goed herinneren. Tenslotte zat hij er maar een paar weken.

– 10 mei 1940.

Meester van de Berg, net een half jaar hoofd van de school, schreef het volgende: “Donkere wereld. Had men ooit kunnen vermoeden dat ons kleine dorp zo midden in de vuurlinie zou komen te liggen? Wij wisten zo weinig wat oorlogvoeren betekende, dat ik op 10 mei ‘s morgens om half negen naar onze school ging om te kijken of er nog kinderen naar de school toe gekomen waren. Daar lagen de banken stuk gegooid op het schoolplein; deeltjes van onze nieuwe rekenmethode lagen vertrapt door de gang, wandplaten werden gebruikt bij het spalken van armen en benen. Mijn eigen lokaal was dodenkamer. Ik was niet meer in staat te beschrijven hoe mijn stemming was, toen ik naar huis terugliep.” 

– de oorlogsjaren.

De school diende in de oorlogsdagen als noodhospitaal. Maar ondanks een groot rood kruis op het dak werd de school door vele granaten geraakt en was er na 5 dagen niet veel meer over van het gebouw. Valkenburg was in rouw om de dood van 24 burgers. Eén van hen was de 17-jarige Jan Varkevisser, de oudste broer van Gertjan.

Men probeerde zo snel mogelijk weer enige regelmaat in het dorp te bereiken. Met name naar de kinderen toe was dit belangrijk. Met hulp van de omringende gemeenten  werd provisorisch een school ingericht in een loods van Maarten Brussee, die een groenteïnmaakbedrijf had. De loods stond op de plek waar nu de Hanab is gevestigd (aan het einde van de Bloemenlaan). De jongste kinderen, dus ook Gertjan, hadden ‘s morgens school en de ouderen ‘s middags.

Meester Sierat: “In een rustig hoekje onder het afdak werd de bijbelse geschiedenisles gegeven. Ik vertelde aan klas 3 het verhaal over de uittocht uit Egypte en wel de 10e plaag. Stil en aandachtig zat de klas te luisteren. Ze hadden pas zelf zoveel angst en spanning beleefd aan de beschietingen. Er zou iets gaan gebeuren. Er hing boven Egypte een dreiging in de lucht……… En toen, plotseling klonk het ronken van motoren, het daverende geluid van aanstormende vliegtuigen en knetterende salvo’s. Een luchtgevecht vlak boven ons. Met een dreunende slag stortte een toestel neer aan de overzijde van de Rijn. Voor ik wist wat er gebeurde liep de hele klas over het erf verspreid, huilend en hollend naar huis. Daar stond ik alleen temidden van de omver gesmeten stoelen en hield mijn hart vast voor het gevaar, waaraan ze waren blootgesteld.”

In die periode zat de vader van Gertjan, Jan Varkevisser, in het bestuur.

Het herstel van de school aan de Kerkweg liet op zich wachten. De wetenschap, prof. Van Giffen, kreeg gelegenheid om opgravingen te doen naar resten uit de Romeinse periode. Dus moest er naar een definitievere huisvesting worden gezocht. Halve dagen school is wel leuk, maar dat kon niet te lang duren. De laagste twee klassen gingen naar het zaaltje van de Vries. De anderen gingen naar de Rijnstraat in Katwijk Binnen. Groep 3 en 4 in het gebouw van de jongelingsvereniging en de overigen in het gebouw waar nu de apotheek is gevestigd.

In september 1942 was de vernieuwde school klaar en konden de kinderen weer terug naar de Kerkweg. Bij de verhuizing vanuit Katwijk werd iedereen ingezet. De meeste spullen werden door de leerlingen lopend verhuisd. De school bestond wederom uit 4 lokalen. Bovendien was de school voorzien van centrale verwarming (gestookt op kolen). In de lokalen stonden schoteltjes met water, want anders kregen de kinderen een droge keel.

“De schooldag begon iedere ochtend met bijbelse geschiedenis. We moesten iedere week een psalmversje leren, eh twee, ook op de zondagschool. Verder hadden we naast rekenen, taal en schrijven ook aardrijkskunde, natuurkunde en vaderlandse geschiedenis (zonder Duitse invloeden). Hoewel, Koninginnedag werd niet gevierd. Dat feest heb ik maar één keer meegemaakt. Dat was in 1938, ik zat in de 1e klas. In samenwerking met de Oranjevereniging werden er spelletjes georganiseerd op het schoolplein; blokjes rapen, vlaggetje steken, was ophangen, zakkenlopen. Tot ver in de jaren ’60 zouden deze spelletjes zeer populair blijven. In 1939 werd het feest in verband met de mobilisatie niet gevierd.

De grote vakantie viel altijd in de maand augustus en duurde 4 weken.  Meester Sierat was een sterke man die aan krachtsport deed. Hij gaf de gymnastiekles. Meestal buiten op het schoolplein, maar ook op het naburige veldje. Hoog- en verspringen waren favoriet. Bij slecht weer werd de gymles op de gang gegeven. Meester Sierat was ook heel streng en regeerde met ijzeren vuist en kon harde klappen geven. Maar door  het geven van de gymles en  als leider van de jongensclub  genoot hij toch een zekere populariteit. Meester de Zwart was een aardige man. Toch weet ik dat hij een keer het latje  (bamboestokje)  hanteerde. Dirk Meyer was het slachtoffer. Joop Russchenberg had de beurt: Joop vul aan; een kudde ……schapen meester. Goed, een troep…… kraaien meester. Ja, en de bijnaam van meester de Zwart was ‘kraai’. Hoewel Joop niet de bedoeling had meester te beledigen, schoten Dirk en ik keihard in de lach en werd het latje toch zijn deel. Het was in de 6e klas dat klasgenoot Joop Russchenberg  is overleden na een ernstige ziekte. Een gebeurtenis die diepe indruk maakte.

Meester de Zwart kon ontzettend mooi voorlezen. Zo was op zaterdagochtend de bel al lang gegaan en iedereen al weg, behalve wij. Het was zo spannend, dat meester nog even doorlas. Juffrouw Kuyper was inmiddels vervangen door juf van Gendt en die was op haar beurt opgevolgd door juffrouw Minderhout. Ook iemand die de tucht hoog in het vaandel had.”

Gertjan moest eveneens tot zijn 14e op school blijven en kwam dus bij meester van de Berg in de klas. Ook die was behoorlijk streng en een streber. De lessen gingen bij hem gewoon verder. De Valkenburgse kinderen die naar het voortgezet onderwijs gingen waren dan ook al een stukje verder. (Het voortgezet onderwijs startte in september).

Het laatste jaar (1944/45) mocht Gertjan allerlei klusjes opknappen. Samen met Bram Oosterlee gingen ze materiaal halen voor de school bij Boekhandel Van der Berg in Katwijk. “Als vervoermiddel hadden we een zeepkist in elkaar gezet. Er was zo aan het einde van de oorlog niet veel meer. We kwamen terug met 15 schriften en 5 potloden voor de hele school. De kwaliteit van de schriften leek op wc papier; van die houtvezels. Je ging er zo doorheen.”

De winter van ‘44/’45 was erg streng en er was nauwelijks materiaal om de kachel te stoken. De school begon pas om 11.00 uur en duurde tot 15.00 uur. Begin april moest de school ontruimd worden. De Duitsers vorderden het gebouw. Toen eindelijk alles buiten stond, ging het allemaal niet door en kon de school weer worden ingeruimd.

Op 25 april 1945 werd Gertjan 14 jaar en mocht van school. 10 dagen later was de oorlog afgelopen.