Schoolstrijd

In het begin van de 19e eeuw was er alleen een openbare school in ons land. Die was bedoeld voor alle kinderen van ons volk. Het onderwijs aan die school moest “opleiden tot alle Christelijke en maatschappelijke deugden”. Wat die mooi klinkende maar vage doelstelling inhield, was de leerkrachten niet altijd duidelijk. Men gaf er zijn eigen invulling aan. Soms ging dat goed maar daar, waar een school bezocht werd door rooms-katholieke, protestants-christelijke, vrijzinnige en joodse kinderen regende het klachten. Om die tegen te gaan schreef de overheid voor dat het in de school verboden was een boek te gebruiken “dat aanstoot geeft”. Daarmee verdween de bijbel uit de school. Veel protestantse en roomse ouders wilden juist wel dat de school een godsdienstige opvoeding gaf in hun geest. Zo begon een strijd voor de vrije, bijzondere school die 80 jaar duren zou (1840 – 1920). Ouders die een bijzondere school wilden voor hun kinderen, konden hun gang gaan. Zij moesten deze echter helemaal zelf betalen en bovendien via de belastingen meebetalen aan het openbaar onderwijs. Men eiste financiële gelijkstelling.

In 1878 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel van de liberaal Mr. Kappeyne van de Capello aan. Deze wet stelde hogere eisen aan o.a. bouw en inrichting van scholen. Voor de bijzonder scholen niet te betalen. Het leek erop dat de minister zo het bijzonder onderwijs onmogelijk wilde maken. Toen ontstond een volksbeweging. In korte tijd tekenden 300.000 protestanten een petitie gericht aan koning Willem III met het verzoek de wet niet te tekenen. Samen met de 164.000 handtekeningen van rooms-katholieken werd op 3 augustus 1878 de petitie op het paleis “Het Loo” aangeboden. Het mocht niet baten. De koning tekende de wet. Toch was er een bewustwordingsproces op gang gekomen. De protestanten organiseerden zich in de Anti-Revolutionaire Partij.

De rooms-katholieken in de Rooms Katholieke Staats Partij. De beide confessionele partijen behaalden in 1889 samen de meerderheid in de Tweede Kamer. Het eerste Christelijke kabinet Mackay kwam tot stand en dat had tot gevolg dat het bijzonder onderwijs gedeeltelijk gefinancierd werd. Er was echter nog een lange weg te gaan.

Pas in 1920, werd, bij de Onderwijswet – De Visser, de volledige (financiële) gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs een feit.

school2 school1